ECLI:NL:RBMNE:2015:9397

Instantie Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak 29-12-2015

Datum publicatie 11-01-2016

Zaaknummer 4596927 AE VERZ 15-157 JES/1267

Rechtsgebieden Arbeidsrecht

Bijzondere kenmerken Eerste aanleg – enkelvoudig Beschikking 

Inhoudsindicatie

Verzoek op grond van art. 7:686a juncto 7:681 BW tot vernietiging opzegging overeenkomst tussen partijen, nu deze zonder toestemming UWV is gegeven. Verweerder voert aan dat geen sprake is van een arbeidsovereenkomst tussen partijen, maar van een overeenkomst van opdracht die is vastgelegd in managementovereenkomst. Geoordeeld wordt dat – ondanks bestaan van managementovereenkomst – sprake is (gebleven) van arbeidsovereenkomst, met name nu gezagsverhouding tussen partijen is blijven bestaan.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl 
AR-Updates.nl 2016-0030 

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Civiel recht

kantonrechter

locatie Amersfoort

zaaknummer: 4596927 AE VERZ 15-157 JES/1267

Beschikking van 29 december 2015

inzake

[verzoeker],

wonende te [woonplaats] ,

verder ook te noemen [verzoeker] ,

verzoekende partij,

gemachtigde: mr. S. Rötscheid,

tegen:

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[verweerster sub 1],

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[verweerster sub 2],

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

verder ook (gezamenlijk en in enkelvoud) te noemen [achternaam] ,

verwerende partijen,

gemachtigde: dr.mr. J.J.H. Post.

1Het verloop van de procedure

[verzoeker] heeft op 11 november 2015 een verzoekschrift ingediend.

[achternaam] heeft een verweerschrift ingediend.

Het verzoek is ter zitting van 8 december 2015 behandeld, in aanwezigheid van beide partijen en hun gemachtigden. Van de mondelinge behandeling is aantekening gehouden.

Hierna is uitspraak bepaald.

2De feiten

2.1.

[achternaam] is een bouwbedrijf dat zich richt op de utiliteitsbouw en woningbouw. [verzoeker] is met ingang van 4 december 1997 bij [naam bouwbedrijf] in dienst getreden in de functie van calculator. In 2010 heeft [naam bouwbedrijf] haar statuten gewijzigd en is de naam van de vennootschap gewijzigd in " [verweerster sub 2] " (hierna [verweerster sub 2] "). Daarnaast is een nieuwe vennootschap opgericht, genaamd " [verweerster sub 1] " (hierna: [verweerster sub 1] ).

2.2.

De besloten vennootschap van [verzoeker] " [bedrijf van verzoeker] " heeft in 2008 24,95% van de aandelen verworven in het huidige [verweerster sub 2] .

2.3.

De administratie voor [verweerster sub 2] , [verweerster sub 1] en voor [bedrijf van verzoeker] wordt sinds 2008 verzorgd door de heer [A] , administrateur van [achternaam] .

2.4.

[verzoeker] beschikte over een volmacht door [verweerster sub 1] en maakte deel uit van het managementteam.

2.5.

In 2009 is door de leden van het managementteam, te weten [B] , [C] (hierna: " [C] ") en [verzoeker] overleg gevoerd om te komen tot een herstructurering van de organisatie van [achternaam] .

2.6.

Op 1 januari 2010 is er een managementovereenkomst en winstdelingsregeling overeengekomen tussen [verweerster sub 2] en [bedrijf van verzoeker] . In deze overeenkomst is (onder meer) het volgende opgenomen:

De ondergetekenden:

1. De besloten vennootschap [verweerster sub 2] , kantoorhoudende te [vestigingsplaats] , te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door de besloten vennootschap [bedrijf van C] , welke op haar beurt rechtsgeldig vertegenwoordigd wordt door de heer [C] , hierna te noemen: "de Vennootschap"

en

2. De besloten vennootschap [bedrijf van verzoeker] , kantoor houdende te [vestigingsplaats] te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door haar directeur de heer [verzoeker] , hierna te noemen: "cs",

(…)

artikel 1 – Aanstelling; werkzaamheden

a. cs zal met ingang van 1 januari 2010, als bestuurder/senior projectleider activiteiten verrichten voor en ten behoeve van de Vennootschap. Onder deze activiteiten worden alle activiteiten verstaan waartoe het bestuur van de Vennootschap bevoegd gehouden is.

b. cs zal optreden als bestuurder/senior projectleider met inachtneming van alle statutaire en wettelijke bepalingen. Zijn bevoegdheden zijn vastgelegd in de statuten van de Vennootschap. Andere bevoegdheden dan de aldaar vastgelegde bevoegdheden komen cs niet toe.

c. Voor het verrichten van de artikel 1a bedoelde werkzaamheden zal cs de werkkracht benutten van de heer [B] voornoemd, verder te noemen "De Medewerker".

d. cs zal bij het uitvoeren van zijn functie de door de algemene vergadering van aandeelhouders van de Vennootschap te geven richtlijnen strikt in acht nemen.

e. cs maakt zich sterk dat de Medewerker zijn volledige werkweek zal besteden aan de activiteiten genoemd in artikel 1a en dat de Medewerker niet meer dagen per jaar vakantie zal nemen als gebruikelijk bij de Vennootschap. De Vennootschap volgt in deze de CAO voor de bouwnijverheid en meer specifiek voor het aldaar genoemde UTA-personeel.

Artikel 2 – Duur

(…)

c. Deze overeenkomst eindigt voorts indien en zodra door de aandeelhouders van de vennootschap een andere bestuurder/calculator wordt benoemd. In deze situatie zal door de vennootschap een ontbindingsvergoeding verschuldigd zijn. De hoogte van deze vergoeding wordt hierbij, gebaseerd op de thans geldende kantonrechtersformule, door partijen definitief vastgesteld op Euro 42.272.

Deze vergoeding is alleen dan niet verschuldigd indien en voor zover het benoemen van een andere calculator wordt veroorzaakt door wanprestatie van de medewerker of cs. (…)

Artikel 3 – Vergoedingen

a. cs ontvangt een managementvergoeding ad Euro 85.250 per jaar exclusief Omzetbelasting. Betaling geschiedt in 12 maandelijkse termijnen bij achterafbetaling. Gedeeltes van de maand worden naar verhouding vergoed.

b. Jaarlijks wordt de onder a genoemde vergoeding verhoogd conform de procentuele loonstijging als genoemd in de dan geldende cao voor de bouwnijverheid en meer specifiek voor het aldaar genoemde UTA-personeel.

c. De onder a genoemde vergoeding door de Vennootschap is inclusief een aanvullende vergoeding voor pensioenaanspraken en excedentregeling van de Medewerker. Cs kan zelf bepalen of ze de toegekende aanspraken extern onderbrengt of in eigen beheer uitvoert. De Vennootschap heeft hierin geen stem.

d. Indien partijen zulks wenselijk achten kunnen zij schriftelijk tot nadere afspraken komen omtrent de vergoeding van kosten – naast de managementvergoeding – welke afspraken alsdan geacht moeten worden deel uitmaken van deze overeenkomst.

e. Door de Vennootschap zal aan de Medewerker een auto ter beschikking worden gesteld voor het verrichten van de onder artikel 1 letter a genoemde activiteiten.

f. Naast de in a genoemde vaste vergoeding ontvangt cs nog een variabele vergoeding. Deze vergoeding is afhankelijk van de door de Vennootschap behaalde winst. De exacte voorwaarden voor deze variabele vergoeding zullen in een winstdelingsregeling van de Vennootschap worden vastgelegd. Cs verklaart zich hierbij akkoord met deze winstdelingsregeling.

(…)

Artikel 5 – Ziekte en arbeidsongeschiktheid

a. Indien cs haar activiteiten niet of slechts gedeeltelijk kan verrichten door ziekte, ongeval of invaliditeit van de Medewerker, is de Vennootschap niettemin verplicht de in artikel 3 van deze overeenkomst bedoelde vergoeding(en) volledig aan cs door te betalen gedurende een termijn van 2 jaren, waarbij de vergoeding gedurende het eerste jaar 100% van de in deze overeenkomst bedoelde vergoeding(en) zal bedragen en voor het tweede jaar 70% van dit bedrag. De Vennootschap volgt in deze de CAO voor de bouwnijverheid en meer specifiek voor het aldaar genoemde UTA-personeel.

(…)

2.7.

Op 1 juli 2015 heeft [verweerster sub 2] de managementovereenkomst met [bedrijf van verzoeker] vanwege bedrijfseconomische redenen opgezegd tegen 1 oktober 2015. De opzegging houdt tevens een vrijstelling van werkzaamheden per 1 juli 2015 in.

3Het verzoek en het verweer

3.1.

[verzoeker] verzoekt de kantonrechter, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, de opzegging van 1 juli 2015 te vernietigen en [achternaam] hoofdelijk, binnen twee dagen na het wijzen van de beschikking te veroordelen:

primair:

A. tot het toelaten van [verzoeker] tot zijn werkzaamheden als (hoofd) calculator op straffe van een dwangsom van € 500,00 althans een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen dwangsom per dag, voor elke dag of gedeelte daarvan dat [achternaam] in gebreke blijft aan de beschikking te voldoen;

B. tot betaling van het tussen partijen overeengekomen salaris van € 4.865,50 bruto per maand exclusief vakantiegeld tot aan de dag dat de dienstbetrekking rechtsgeldig geëindigd zal zijn;

C. aan [verzoeker] te betalen de wettelijke verhoging van 50% wegens de vertraging over het aan [verzoeker] toekomende loon ex artikel 7:625 BW;

subsidiair:

D. tot betaling van een billijke vergoeding van € 210.000,00 bruto;

E. tot betaling van een vergoeding uit hoogte van de onrechtmatige opzegging van € 10.509,48 bruto;

primair en subsidiair:

F. tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten conform de staffel buitengerechtelijke incassokosten;

G. tot betaling van de wettelijke rente over de onder B dat met F genoemde kosten vanaf het opeisbaar worden van die bedragen tot de dag ter algehele voldoening;

H. in de kosten van deze procedure, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 dagen na dagtekening van deze beschikking.

3.2.

[verzoeker] legt aan dit verzoek ten grondslag dat er sprake is van een arbeidsovereenkomst tussen partijen en dat deze niet rechtsgeldig is geëindigd door (het aangaan van de managementovereenkomst en evenmin door) de opzegging van de managementovereenkomst op 1 juli 2015. [verzoeker] stelt dat hij zijn werkzaamheden als calculator voor het bouwbedrijf van [achternaam] na het aangaan van de managementovereenkomst op de gebruikelijke wijze heeft voortgezet en dat hij daarbij aanwijzingen en opdrachten kreeg van [C] . [verzoeker] stelt daarnaast dat hij op geen enkele wijze (persoonlijk of via zijn bedrijf [bedrijf van verzoeker] ) bestuurderswerkzaamheden heeft verricht.

3.3.

[achternaam] voert verweer. [achternaam] voert aan dat de kantonrechter niet bevoegd is omdat het hier vernietiging van opzegging van een managementovereenkomst tussen [verweerster sub 2] en [bedrijf van verzoeker] betreft. [verzoeker] dient niet-ontvankelijk te worden verklaard omdat een opzegging die niet aan hem persoonlijk, maar aan zijn BV is gericht niet vernietigd kan worden door middel van het onderhavige verzoek.

Inhoudelijk voert [achternaam] het verweer dat de arbeidsovereenkomst willens en wetens is beëindigd toen is overgegaan op de managementovereenkomst en dat [verzoeker] ten onrechte de suggestie wekt dat de overgang per 1 januari 2010 volledig langs hem heen is gegaan en dat gewoon op oude voet werd voortgeleefd. [verzoeker] heeft de managementovereenkomst en winstdelingsregeling getekend. Hiermee is de arbeidsovereenkomst die gold tussen [verzoeker] en het voormalige bouwbedrijf Beheer, omgezet in een overeenkomst van opdracht waarbij [verzoeker] statutair directeur werd van beheer en in loondienst kwam van zijn eigen vennootschap, [bedrijf van verzoeker] .

[achternaam] stelt dat er na 2010 geen sprake was van een gezagsverhouding zoals gebruikelijk bij een arbeidsovereenkomst. [achternaam] voert aan dat er sprake was van een overeenkomst van opdracht en dat daarbij het geven van aanwijzingen aan de opdrachtnemer niet is uitgesloten. In het MT werden zaken onderling besproken en de leden gaven elkaar onderling aanwijzingen. [achternaam] voegt daaraan het volgende toe. In tegenstelling tot een 'gewone' werknemer bepaalde [verzoeker] bepaalde zijn eigen agenda en zijn vakanties. Functioneringsgesprekken vonden plaats, maar enkel op [verzoeker] uitdrukkelijk initiatief en verzoek. Urenverantwoordingen en verlofoverzichten werden niet door het MT gevraagd. Dat in de managementovereenkomst is opgenomen dat de cao bouwnijverheid wordt gevolgd, betekent niet dat er van een arbeidsovereenkomst sprake is, aldus [achternaam] . Verder blijkt volgens [achternaam] uit de door [verzoeker] ondertekende contracten (productie 22 bij het verweerschrift) dat [verzoeker] ook daadwerkelijk als bestuurder heeft gehandeld.

4De beoordeling

4.1.

[achternaam] heeft gesteld dat de kantonrechter niet bevoegd is de onderhavige zaak te behandelen omdat het volgens haar een vernietiging van opzegging van een managementovereenkomst (overeenkomst van opdracht) betreft. Nu [verzoeker] haar verzoek grondt op het bestaan van een arbeidsovereenkomst, kan deze zaak door de kantonrechter behandeld worden. Of er daadwerkelijk sprake is van een arbeidsovereenkomst zal de kantonrechter in het hierna volgende beoordelen.

4.2.

Ten aanzien van de verzoeken jegens het Bouwbedrijf overweegt de kantonrechter als volgt. Nu [verzoeker] (ter zitting) heeft gesteld dat er sprake is van een formeel dienstverband met [verweerster sub 2] , en hij feitelijk tewerkgesteld is bij het Bouwbedrijf, wordt [verweerster sub 2] door [verzoeker] aangemerkt als werkgever. De verzoeken van [verzoeker] jegens het Bouwbedrijf worden derhalve afgewezen.

4.3.

Tussen partijen is in geschil of [verzoeker] werkzaamheden voor [verweerster sub 2] verrichtte in het kader van een tussen hem en [verweerster sub 2] bestaande arbeidsovereenkomst of dat hij dat deed als werknemer van [bedrijf van verzoeker] , in het kader van een tussen [verweerster sub 2] en [bedrijf van verzoeker] bestaande overeenkomst van opdracht (de managementovereenkomst). Of er sprake is van een arbeidsovereenkomst tussen partijen of een overeenkomst van opdracht wordt bepaald door hetgeen hun bij het sluiten van de overeenkomst voor ogen stond, mede in aanmerking genomen de wijze waarop zij feitelijk aan de overeenkomst uitvoering hebben gegeven en aldus daar aan inhoud hebben gegeven.

Daarbij is niet één enkel kenmerk beslissend, maar dienen de verschillende rechtsgevolgen die partijen aan hun rechtsverhouding hebben verbonden in hun onderling verband te worden bezien. De wijze waarop partijen invulling hebben gegeven aan de overeenkomst kan dus tot de conclusie leiden dat toch een arbeidsovereenkomst is blijven bestaan, hoewel partijen die overeenkomst anders noemen en ze vanwege bijvoorbeeld fiscale aspecten geen arbeidsovereenkomst wilden sluiten.

4.4.

De samenwerking tussen [verzoeker] en [achternaam] is begonnen in 1997 middels een arbeidsovereenkomst. [achternaam] stelt dat hierin per 1 januari 2010 verandering is gekomen. Met het tekenen van de managementovereenkomst is de arbeidsovereenkomst die gold tussen [verzoeker] en het voormalige bouwbedrijf Beheer , omgezet in een overeenkomst van opdracht waarbij [verzoeker] statutair directeur werd van [verweerster sub 2] en in loondienst kwam van zijn eigen vennootschap, [bedrijf van verzoeker] . Nadere omstandigheden waaruit [achternaam] afleidt dat de arbeidsovereenkomst is geëindigd, zijn de volgende. Beloning voor de werkzaamheden van [verzoeker] vond plaats via de managementfee die betaald werd aan [bedrijf van verzoeker] . Er behoefde geen loonbelasting en premie voor de sociale verzekeringen meer te worden betaald. Er is (door Meeus Assurantiën) een polis met betrekking tot de bestuurdersaansprakelijkheid afgegeven voor alle bestuurders, tegen een premie van € 750,00 per jaar. Ook is in onderling overleg door [verzoeker] en door de anderen een regeling getroffen voor het risico van arbeidsongeschiktheid. [verzoeker] heeft met het vaststellen van de jaarrekeningen ingestemd en daarmee telkens de structuur van de beloning in de vorm van een managementfee bevestigd.

4.5.

Voornoemde omstandigheden worden door [verzoeker] niet betwist, maar [verzoeker] stelt dat het allemaal een louter administratieve constructie was en er in de feitelijke uitvoering van het werk niets veranderde.

4.6.

De kantonrechter is van oordeel dat met het voorgaande in ieder geval voldoende is komen vast te staan dat partijen beoogd hebben uit fiscaal oogpunt sprake te laten zijn van een managementovereenkomst. Dit neemt echter niet weg dat gelet op de verdere feitelijke uitvoering van de overeenkomst, te weten de werkzaamheden die [verzoeker] verrichtte en de wijze waarop dit gebeurde, sprake kan zijn van een arbeidsovereenkomst.

4.7.

Het verschil tussen een overeenkomst van opdracht (artikel 7:400 BW) en een arbeidsovereenkomst (artikel 7:610 BW) is, gelet op de omschrijvingen in voornoemde artikelen, met name gelegen in het "in dienst staan van de andere partij". Met andere woorden, het al dan niet (voort)bestaan van de gezagsverhouding tussen partijen is het belangrijkste element om te beoordelen of er nog steeds sprake is van een arbeidsovereenkomst. [achternaam] stelt dat er sinds 2010 geen sprake (meer) is van een gezagsverhouding tussen [verzoeker] en [achternaam] . [verzoeker] heeft volledige eigen verantwoordelijkheid die past bij het zijn van MT-lid, bestuurder en mede-eigenaar, aldus [achternaam] . Door [achternaam] is naar het oordeel van de kantonrechter echter onvoldoende onderbouwd dat zich in de gezagsverhouding wijzigingen hebben voorgedaan. [verzoeker] heeft bijvoorbeeld gesteld dat hij sinds 2008 en ook ná 2010 wekelijks overleg heeft gehad met [C] , in welk overleg werd besproken wat er wel en niet goed ging. Uit dergelijk overleg valt een gezagsverhouding af te leiden. [C] heeft de frequentie van het overleg betwist maar heeft niet ontkend dat een dergelijk overleg met [verzoeker] over de uitvoering van de calculatiewerkzaamheden plaatsvond. Ook uit de verslagen van de functioneringsgesprekken valt af te leiden dat er ook na 2010 nog sprake was van een gezagsverhouding. In deze functioneringsgesprekken, met [C] vermeld als leidinggevende, kwamen vragen aan de orde als "krijgt de medewerker voldoende steun van zijn leidinggevende?", hetgeen een gezagsverhouding bevestigt. De opmerking van [achternaam] dat deze functioneringsgesprekken op initiatief van [verzoeker] plaatsvonden, maakt dat niet anders. [achternaam] heeft immers meegewerkt aan deze gesprekken en heeft deze ondertekend. Sterker nog, de bijlage van 9 maart 2012 vermeldt zelfs bij de handtekening van [verzoeker] : " [initialen C] ( [C] , kantonrechter) geeft aan dat je tekent voor het feit dat het gesprek is geweest en dat het de mening van [initialen C] is". Dat een dergelijk gesprek enkel op initiatief van [verzoeker] heeft plaatsgevonden, is hiermee niet aannemelijk geworden. Dat het ging om gesprekken in het kader van de gestelde bestuurdersfunctie van [verzoeker] valt uit de verslagen overigens niet af te leiden.

4.8.

Ook anderszins is niet gebleken van een uitoefening van de functie van bestuurder op grond van de managementovereenkomst door [verzoeker] (althans door zijn bedrijf). De stelling van [achternaam] dat [verzoeker] bij alle vergaderingen van aandeelhouders en besprekingen aanwezig was, maakt niet dat [verzoeker] feitelijk heeft opgetreden als bestuurder. [verzoeker] was immers al voor 2010 aandeelhouder en lid van het MT en was in die hoedanigheid al bij aandeelhoudersvergaderingen en besprekingen aanwezig. De door [achternaam] overgelegde productie 22, waaruit zou blijken dat [verzoeker] contracten met derden tekende en [verzoeker] derhalve optrad als bestuurder, treft evenmin doel. Het merendeel van de in deze productie overgelegde overeenkomsten zijn door [verzoeker] voor [verweerster sub 1] ondertekend in de functie van calculator. Het bedrijf [bedrijf van verzoeker] wordt niet genoemd. Dat [verzoeker] een volmacht had om namens [achternaam] te tekenen maakt nog niet dat er sprake was van bestuurderswerkzaamheden (voor [verweerster sub 2] ). [verzoeker] beschikte immers reeds vóór 2010 over een volmacht om te tekenen voor [achternaam] . Hetzelfde geldt voor het bepalen van de eigen agenda en vakanties door [verzoeker] ; dergelijke afspraken over planning zijn niet uitsluitend te maken bij een overeenkomst van opdracht, maar kunnen ook binnen een arbeidsovereenkomst bestaan.

4.9.

De kantonrechter concludeert dat onvoldoende is komen vast te staan dat met het aangaan van de managementovereenkomst wijzigingen zijn opgetreden in de feitelijke uitvoering van de werkzaamheden op grond waarvan geconcludeerd kan worden dat [verzoeker] ook daadwerkelijk uitvoering heeft gegeven aan de bestuurdersfunctie voortvloeiend uit de managementovereenkomst. De werkzaamheden van [verzoeker] als calculator, zoals deze werden uitgevoerd vóór 2010, bleven bestaan. Ook de gezagsverhouding bleef. Naar het oordeel van de kantonrechter is daarom ook de arbeidsovereenkomst tussen [verzoeker] en [verweerster sub 2] blijven bestaan. Dat op fiscaal vlak wel uitvoering is gegeven aan de managementovereenkomst maakt dat niet anders. Dit geldt te meer nu met de overeengekomen constructie op verschillende punten ook is aangeknoopt bij het bestaan van een arbeidsovereenkomst. Zo wordt de cao voor de bouwnijverheid gevolgd waar het gaat om vakantiedagen, verwerken van loonstijging in de managementfee en doorbetaling van de vergoeding bij ziekte. Bovendien is bij het berekenen van de managementvergoeding rekening gehouden met het loon dat [verzoeker] reeds ontving.

4.10.

Dat [verzoeker] gedurende bijna vijf jaar zelf heeft meegewerkt aan de uitvoering van de fiscale kant van de constructie, valt te verklaren doordat [verzoeker] zelf – gelet op de feitelijke uitvoering – de overtuiging had dat er sprake bleef van een arbeidsovereenkomst. De uitvoering van het fiscale deel werd [verzoeker] bovendien uit handen genomen door [A] , die de administratie van zowel [verweerster sub 2] als van [bedrijf van verzoeker] beheerde. Met het oog op die feitelijke uitvoering heeft [verzoeker] overigens ook de overeengekomen constructie waarbij de bestuurder ontslagen kon worden met meerderheid van stemmen als een (louter) fiscale constructie kunnen en mogen beschouwen.

4.11.

Geconcludeerd wordt derhalve dat sprake is van een arbeidsovereenkomst tussen [verzoeker] en [verweerster sub 2] . De opzegging door [verweerster sub 2] van de managementovereenkomst kan worden beschouwd als een opzegging van deze arbeidsovereenkomst. Immers, [verzoeker] werd per direct op non-actief gesteld en diende zijn bedrijfseigendommen in te leveren. [verzoeker] heeft primair vernietiging van deze opzegging verzocht. Deze zal worden toegewezen, aangezien [achternaam] aan de opzegging een bedrijfseconomische grondslag ten grondslag legt en zij niet beschikt over toestemming van het UWV. [achternaam] heeft derhalve opgezegd in strijd met artikel 7:671 lid 1 onder a en 7:671a lid 1 BW. De arbeidsovereenkomst duurt voort. [verzoeker] heeft vanaf de datum waartegen [achternaam] heeft opgezegd recht op doorbetaling van het loon van € 4.865,50 bruto per maand exclusief vakantiegeld tot aan de dag dat de dienstbetrekking rechtsgeldig geëindigd zal zijn.

4.12.

[verzoeker] heeft de wettelijke verhoging verzocht. Deze wordt toegekend over de op de uitspraakdatum opeisbare loontermijnen, voor zover deze verhoging naar de maatstaf van artikel 7:625 BW verschuldigd is geworden. De kantonrechter ziet geen reden deze verhoging (ambtshalve) te matigen. De door [verzoeker] gevorderde wettelijke rente zal eveneens worden toegewezen.

4.13.

Daarnaast zal het verzoek van [verzoeker] tot het toegelaten worden tot zijn werkzaamheden als (hoofd)calculator worden toegewezen, met dien verstande dat [achternaam] geen twee maar veertien dagen na betekening van deze beschikking zal worden gegund. Bovendien zal aan de dwangsom een maximum worden toegekend van € 10.000,00.

4.14.

[verzoeker] heeft een bedrag aan buitengerechtelijke kosten gevorderd. Niet aangetoond is dat de door [verzoeker] verrichte incassowerkzaamheden meer hebben omvat dan een (eventueel herhaalde) sommatie of het enkel doen van een schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van een dossier. De daarop betrekking hebbende kosten moeten daarom worden aangemerkt als betrekking hebbende op verrichtingen waarvoor de proceskostenveroordeling een vergoeding pleegt in te sluiten. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten wordt derhalve afgewezen.

4.15.

Aangezien het verzoek op de primaire grondslag zal worden toegewezen, komt de kantonrechter niet toe aan een beoordeling van de subsidiaire grondslag en is bovendien toekenning van een billijke vergoeding niet aan de orde.

4.16.

Nu het verzoek van [verzoeker] jegens [verweerster sub 1] wordt afgewezen en jegens [verweerster sub 2] wordt toegewezen, terwijl zij bij een gezamenlijke advocaat zijn verschenen, zal de proceskostenveroordeling als volgt zijn. [verweerster sub 2] wordt veroordeeld in de helft van de proceskosten aan de zijde van [verzoeker] en [verzoeker] wordt veroordeeld in de helft van de aan de zijde van [verweerster sub 1] gemaakte kosten. De kosten aan de zijde van [verweerster sub 1] zijn € 300,00 aan salaris gemachtigde (2 punten van € 300,00 gedeeld door 2). De kosten aan de zijde van [verzoeker] zijn € 533,00 (€ 466,00 aan griffierecht en € 600,00 aan salaris gemachtigde (2 punten van € 300,00 gedeeld door 2)). De over de proceskosten verzochte wettelijke rente en nakosten zal worden toegewezen als hierna in het dictum vermeld.

5De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

wijst de verzoeken jegens [verweerster sub 1] af;

5.2.

veroordeelt [verzoeker] tot betaling van de proceskosten aan de zijde van [verweerster sub 1] , tot de uitspraak van deze beschikking begroot op € 300,00;

5.3.

veroordeelt [verzoeker] , onder de voorwaarde dat hij niet binnen 14 dagen na aanschrijving door [verweerster sub 1] volledig aan deze veroordeling voldoet, in de na deze beschikking ontstane kosten, begroot op:

- € 100,00 aan salaris gemachtigde, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van de vijftiende dag na aanschrijving,

- te vermeerderen, indien betekening van de beschikking heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van de beschikking, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van de vijftiende dag na betekening;

5.4.

vernietigt de opzegging van 1 juli 2015 en veroordeelt [verweerster sub 2] tot het binnen 14 dagen na betekening van deze beschikking toelaten van [verzoeker] tot zijn werkzaamheden als (hoofd)calculator op straffe van een dwangsom van € 500,00 per dag voor elke dag of gedeelte daarvan dat [achternaam] in gebreke blijft aan deze veroordeling te voldoen, tot een maximum van € 10.000,00;

5.5.

veroordeelt [verweerster sub 2] tot betaling van het tussen partijen overeengekomen salaris van € 4.865,50 bruto per maand exclusief vakantiegeld vanaf 1 oktober 2015 tot de dag dat de dienstbetrekking rechtsgeldig zal zijn geëindigd, vermeerderd met de wettelijke verhoging over de op de uitspraakdatum opeisbare loontermijnen, voor zover deze verhoging naar de maatstaf van artikel 7:625 BW verschuldigd is geworden en vermeerderd met de wettelijke rente steeds vanaf het tijdstip van opeisbaarheid van de betreffende loontermijn tot de dag der algehele voldoening;

5.6.

veroordeelt [verweerster sub 2] tot betaling van de proceskosten aan de zijde van [verzoeker] , tot de uitspraak van deze beschikking begroot op € 533,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 dagen na betekening van deze beschikking;

5.7.

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

5.8.

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mr. J.J.M. de Laat, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 29 december 2015.

vaststellingsovereenkomst laten nakijken

jurisprudentie 2

 

Go to top
JSN Boot template designed by JoomlaShine.com