De berekening van de transitievergoeding is als volgt opgebouwd:

 

- De regel is: 1/6 maandsalaris per half dienstjaar en 1/4 maandsalaris per half dienstjaar dat een werknemer langer dan 10 jaar in dienst is geweest.

 

Rekenvoorbeeld:
Bij een dienstverband van 14 jaar levert dit de volgende som op:

10 jaar =( 20 perioden van 6 maanden) x 1/6 = 3,33

  4 jaar  =( 8 perioden van 6 maanden) x 1/4 = 2

Totaal: 3,33 + 2 = 5,33 maandsalaris. 

 

- Tot 2020 geldt voor werknemers boven de 50 jaar de overgangsregel van een 1/2 maandsalaris per half dienstjaar na het bereiken van de leeftijd van 50 jaar mits het dienstverband minimaal 10 jaar geduurd heeft (tenzij uw werkgever in de tweede helft van het kalenderjaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarin de arbeidsovereenkomst eindigt, gemiddeld minder dan 25 werknemers in dienst had).

- Jongeren onder de 18 jaar die minder dan 12 uur per week werken hebben geen recht op de transitievergoeding.

- Werkgevers met minder dan 25 werknemers mogen (in geval van ontslag wegens de slechte financiële situatie van de werkgever) bij de berekening van de omvang van de verschuldigde transitievergoeding uitgaan van de duur van het dienstverband te rekenen vanaf 1 mei 2013. 

- De vergoeding mag maximaal € 77.000,- (red: vanaf 1 januari 2017) zijn, tenzij het jaarsalaris hoger is dan € 77.000. In dat laatste geval mag de vergoeding even hoog zijn als het jaarsalaris.

vaststellingsovereenkomst laten nakijken

jurisprudentie 2

 

 

Go to top