Berekening dienstjaren:

Voor de berekening van het aantal dienstjaren welke gebruikt worden om de hoogte van de transitievergoeding te berekenenhet moet ook naar het aantal contracten worden gekeken.

1. Bij 1 contract is slechts de duur van dat contract bepalend.

2. Bij meerdere contracten die elkaar zonder tussentijd opvolgen wordt het aantal dienstjaren (bij dezelfde werkgever of zijn opvolger) bijelkaar opgeteld.

3. Als er meerdere contracten waren waarbij er wel een of meer periodes tussen de contracten inzaten, dan wordt het aantal dienstjaren (bij dezelfde werkgever of zijn opvolger) bijelkaar opgeteld als de tussenliggende periode (na 1 juli 2012) niet langer is geweest dan 6 maanden (voor de tussenpiggende peiode van voor 1 juli 2012 geldt dat deze niet niet langer dan drie maanden mochten zijn om de contracten aan elkaar te plakken). De perioden tussen de contracten tellen niet mee.

Let op bij beëidiging van een contract voor onbepaalde tijd.
Aangezien de nieuwe regeling op 1 juli 2015 is ingegaan, is er bij opvolgende contracten van voor 1 juli 2015 die voor 1 juli 2015 over zijn gegaan in een vast contract tellen deze alleen mee als ze elkaar hebben opgevolgd met een tussenpoos van maximaal 3 maanden (of een andere termijn die gold op basis van de cao).

Dienstjaren van voor het 18-de levensjaar mag je alleen meetellen als er gemiddeld meer dan 12 uur per week is gewerkt in dat jaar.

Kleine werkgevers in een zeer slechte financiële situatie mogen de de dienstjaren die liggen voor 1 mei 2013 buiten beschouwing worden gelaten. Deze tellen dan dus niet mee voor de berekeing van de transitievergoeding. Deze regeling geldt tot 2020.

Kleine werkgever
Van een kleine werkgever is sprake als de werkgever in de tweede helft van het kalenderjaar voorafgaand aan het jaar waarin het contract eindigt, gemiddeld minder dan 25 werknemers in dienst had.

Slechte financiële positie
Van een slechte financiële positie is sprake als aan de volgende drie voorwaarden is voldaan: het netto resultaat over de drie boekjaren voorafgaand aan het boekjaar waarin het ontslag plaatsvindt, is lager geweest dan nul[6]. de waarde van het eigen vermogen was negatief aan het einde van het boekjaar voorafgaand aan het boekjaar waarin het ontslag plaatsvindt. Het gaat daarbij om het eigen vermogen zoals bedoeld in het Besluit modellen jaarrekening. de waarde van de vlottende activa was kleiner dan de schulden aan het einde van het boekjaar voorafgaand aan het boekjaar waarin het ontslag plaatsvindt. Het gaat daarbij om schulden met een resterende looptijd van ten hoogste een jaar. De werkgever kan UWV verzoeken te beoordelen of is voldaan aan de voorwaarden. Dit verzoek moet hij gelijktijdig indienen met het verzoek om toestemming voor opzegging van het contract. Ook de werknemer kan UWV om een dergelijk oordeel vragen. De werknemer moet in dat geval het verzoek uiterlijk bij zijn verweer indienen.

  1. REKENVOORBEELDEN AANTAL DIENSTJAREN

     

    Situatieschets 1: De werknemer heeft in totaal één (vast of tijdelijk) contract gehad met de werkgever

    De werknemer is op 1 januari 2000 in dienst getreden op basis van een vast contract. Het contract eindigt op 31 oktober 2015.

    Van hoeveel dienstjaren is sprake?

    15 jaren en 10 maanden 

    Waarom?

    In dit geval moet worden uitgegaan van de periode vanaf de eerste dag dat de werknemer bij de werkgever in dienst is getreden (1 januari 2000) tot en met de beoogde einddatum van het contract (31 oktober 2015). De duur van het dienstverband is 15 jaren en 10 maanden. 

    Situatieschets 2: De werknemer had meerdere contracten die elkaar hebben opgevolgd zonder tussenpoos

    De werknemer is op 1 januari 2000 in dienst getreden op basis van een tijdelijk contract van 1 jaar. Op 1 januari 2001 heeft hij een tweede jaarcontract gekregen. Vanaf 1 januari 2002 is het een vast contract geworden. Dit contract eindigt op 31 oktober 2015.

    De werknemer heeft totaal bij de werkgever meerdere contracten gehad of inclusief de contracten bij een voorafgaande werkgever waarvan de werkgever de opvolgende werkgever is. Deze contracten hebben elkaar achter elkaar opgevolgd zonder tussenpoos.

    Van hoeveel dienstjaren is sprake?

    15 jaren en 10 maanden

    Waarom?

    Er is sprake van meerdere contracten die elkaar achter elkaar (zonder tussenpoos) hebben opgevolgd. In dat geval moet worden uitgegaan van de periode vanaf de eerste dag dat de werknemer in dienst is getreden (1 januari 2000) tot en met de beoogde einddatum van het huidige contract (31 oktober 2015). De duur van het dienstverband is 15 jaren en 10 maanden.

    Situatieschets 3: De werknemer had in totaal meerdere contracten die elkaar hebben opgevolgd met tussenpoos

    Situatieschets 3a: laatste contract is vast contract

    Er is sprake van 3 contracten (het laatste contract is een vast contract)

    Contract 1: 1 juni 2010 t/m 30 november 2010 (6 maanden)

    Tussenpoos: 2 maanden

    Contract 2: 1 februari 2011 t/m 29 februari 2012 (13 maanden)

    Tussenpoos: 5 maanden

    Contract 3: 1 augustus 2012 t/m 31 juli 2015 (36 maanden)

    Van hoeveel dienstjaren is sprake?

    3 jaren en 0 maanden

    Waarom?

    Het derde contract telt sowieso mee, omdat het na 30 juni 2015 is geëindigd.

    Het tweede en derde contract hebben elkaar opgevolgd met een tussenpoos van 5 maanden en het tweede contract is geëindigd voor de grens van 1 juli 2015. De tussenpoos kon in dit geval maximaal 3 maanden zijn (of een andere termijn die gold op basis van een cao), dus het tweede contract telt niet mee. Omdat daardoor de keten doorbroken is, telt ook het eerste contract niet mee. Ook al was de onderbreking tussen het eerste en het tweede contract 2 maanden.

    U telt alleen het derde contract mee voor het bepalen van de duur van uw dienstverband. De duur is 3 jaren en 0 maanden (want 36 maanden).

    Situatieschets 3b: laatste contract is tijdelijk contract

    Er is sprake van 5 contracten (het laatste contract is een tijdelijk contract)

    Contract 1: 1 april 2009 t/m 31 januari 2010 (10 maanden)

    Tussenpoos: 2 maanden

    Contract 2: 1 april 2010 t/m 30 november 2010 (8 maanden)

    Tussenpoos: 4 maanden

    Contract 3: 1 april 2011 t/m 30 april 2012 (13 maanden)

    Tussenpoos: 4 maanden

    Contract 4: 1 september 2012 t/m 30 april 2013 (8 maanden)

    Tussenpoos: 4 maanden

    Contract 5: 1 september 2013 t/m 31 augustus 2015 (24 maanden)

    Van hoeveel dienstjaren is sprake?

    3 jaren en 9 maanden

    Waarom?

    Het vijfde contract telt sowieso mee, omdat het is geëindigd na 30 juni 2015.

    Het vierde en vijfde contract hebben elkaar opgevolgd met een tussenpoos van 4 maanden. De tussenpoos kon in dit geval maximaal 6 maanden zijn (hoofdregel), dus het vierde contract telt mee.

    Het derde en vierde contract hebben elkaar opgevolgd met een tussenpoos van 4 maanden. Het derde contract is geëindigd voor de grens van 1 juli 2012. Het vierde contract heeft het derde contract binnen 6 maanden opgevolgd en is ingegaan na de grens van 1 juli 2012. De tussenpoos kon in dit geval maximaal 6 maanden zijn (hoofdregel), dus het derde contract telt mee.

    Het tweede en derde contract hebben elkaar opgevolgd met een tussenpoos van 4 maanden. Het tweede contract is geëindigd voor 1 juli 2012 en het derde contract ook. De tussenpoos kon in dit geval maximaal 3 maanden zijn (of een andere termijn die gold op basis van een cao), dus het tweede contract telt niet mee.

    Omdat daardoor de keten doorbroken is, telt ook het eerste contract niet mee, ook al was de tussenpoos tussen het eerste en het tweede contract 2 maanden.

    U telt dus het derde, vierde en vijfde contract mee voor het bepalen van de duur van uw dienstverband. Deze duur is samen (13 + 8 + 24 maanden) = 3 jaren en 9 maanden.

vaststellingsovereenkomst laten nakijken

jurisprudentie 2

 

 

Go to top