Artikel 15a Transitievergoeding (CAO ABU 2012-2017)

Artikel 15a treedt in werking per 1 juli 2015

1. Hetgeen in het BW is bepaald inzake de transitievergoeding geldt ook voor de uitzendonderneming, echter met in achtneming van hetgeen in dit artikel is bepaald.

2. De uitzendonderneming is in ieder geval aan de uitzendkracht aan het einde van de uitzendovereenkomst die ten minste 24 maanden heeft geduurd, een transitievergoeding verschuldigd indien de uitzendovereenkomst:

-           door de uitzendonderneming is opgezegd;

-           op verzoek van de uitzendonderneming is ontbonden;

-           na het einde van rechtswege op initiatief van de uitzendonderneming niet is voortgezet;

-           als gevolg van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de uitzendonderneming door de uitzendkracht is opgezegd;

-           als gevolg van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de uitzendonderneming op verzoek van de uitzendkracht is ontbonden; of

-           als gevolg van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de uitzendonderneming na het einde van rechtswege op initiatief van de uitzendkracht niet is voortgezet.

3. De uitzendonderneming is in ieder geval aan de uitzendkracht aan het einde van de uitzendovereenkomst die ten minste 24 maanden heeft geduurd, geen transitievergoeding verschuldigd, indien de uitzendovereenkomst:

-           door de uitzendkracht is opgezegd, anders dan als gevolg van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de uitzendonderneming;

-           op verzoek van de uitzendkracht is ontbonden, anders dan als gevolg van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de uitzendonderneming;

-           na het einde van rechtswege op initiatief van de uitzendkracht niet is voortgezet, anders dan als gevolg van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de uitzendonderneming;

-           eindigt of niet wordt voortgezet, omdat de uitzendkracht een arbeidsovereenkomst, overeenkomst tot aanneming van werk en/of een overeenkomst van opdracht aangaat met de opdrachtgever waar hij laatstelijk tewerkgesteld is;*1

-           eindigt of niet wordt voortgezet, omdat de uitzendkracht na een aanbesteding door een andere uitzendonderneming aan de opdrachtgever waar hij laatstelijk werkzaam was ter beschikking wordt gesteld voor hetzelfde werk;*2

-           eindigt of niet wordt voortgezet, voordat de uitzendkracht achttien jaar wordt en de  gemiddelde arbeidsomvang ten hoogste twaalf uur per week heeft bedragen;

-           eindigt of niet wordt voortgezet, in verband met of na het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd of een andere leeftijd waarop voor de uitzendkracht recht op pensioen ontstaat;

of

-           eindigt of niet wordt voortgezet, als gevolg van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de uitzendkracht.

4. Om te bepalen of de uitzendovereenkomst ten minste 24 maanden heeft geduurd, worden:

a. maanden waarin de gemiddelde omvang van de door de uitzendkracht verrichte arbeid ten hoogste twaalf uur per week heeft bedragen, tot het bereiken van de achttienjarige leeftijd buiten beschouwing gelaten; en

b. een of meer voorafgaande uitzendovereenkomsten tussen dezelfde uitzendonderneming en uitzendkracht, die elkaar met tussenpozen van ten hoogste zes maanden hebben opgevolgd, samengeteld*3.

De vorige zin is eveneens van toepassing, indien de uitzendkracht achtereenvolgens in dienst is geweest bij verschillende werkgevers die, ongeacht of inzicht bestaat in de hoedanigheid en geschiktheid van de uitzendkracht, ten aanzien van de verrichte arbeid redelijkerwijze geacht moeten worden elkaars opvolger te zijn.

5. Indien in de in lid 4 onder b. bedoelde situatie (inzake opvolgend werkgeverschap) bij de beëindiging van een voorafgaande uitzend-/arbeidsovereenkomst reeds een transitievergoeding is betaald, wordt deze in mindering gebracht op de door de uitzendonderneming als opvolgend werkgever verschuldigde transitievergoeding.

*1 Dit wordt als een beëindiging op initiatief van de uitzendkracht beschouwd. Zie Nota naar aanleiding van het Verslag, Kamerstukken II 2013/14, 33 818, nr. 7.

*2 Dit wordt als een beëindiging op initiatief van de uitzendkracht beschouwd. Zie Memorie van Antwoord, Kamerstukken II 2013/2014, 33 818, nr. C.

*3 Om te bepalen of de uitzendovereenkomst ten minste 24 maanden heeft geduurd, tellen de tussenpozen niet mee.

vaststellingsovereenkomst laten nakijken

jurisprudentie 2

 

Go to top